Connect with OKKERSE on Linkedin

Onder de naam ToplandLanbouwpolis bood Achmea een verzekering aan in de agrarische sector met dekking voor aansprakelijkheidsrisico’s voor schade door asbest. Als gevolg van berichtgeving in 2011 van de Gezondheidsraad over de (grotere) risico’s van asbest bericht Achmea de relevante verzekerden dat de dekking wijzigt. De polis bevat ter zake aansprakelijkheid voor schade van derden en schade aan personen van elkaar afwijkende categorieën en omschrijvingen. De polisbepaling ter zake schade aan zaken (van derden, categorie A) bepaalt onder meer dat deze tijdens de geldigheidsduur van de verzekering moet zijn aangemeld. Een dergelijke beperking ontbreekt bij de bepaling omtrent aansprakelijkheid voor schade aan personen (categorie B). Achmea stelt op grond van de algemene verzekeringsvoorwaarden een wijziging en beëindiging van dekking door te kunnen voeren, waarbij verzekerden de gelegenheid wordt geboden om de polis op te zeggen. De risico’s zijn voor Achmea te groot en daarom niet langer verzekerbaar. Diverse verzekerden alsmede belangenorganisatie Stichting Asbest tekenen bezwaar aan, maar Achmea volhardt. Naar aanleiding van diverse vorderingen in eerste aanleg van de Stichting c.s. oordeelde de Rechtbank dat Achmea gerechtigd was om de verzekeringen per contractvervaldatum op te zeggen en het asbestrisico bij nieuwe bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeringen niet langer te dekken, maar dat Achmea in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot uitoefening van haar bevoegdheid om en bloc de dekking al gedurende de looptijd van de verzekering te beperken.

De rechtbank verklaarde voor recht dat de ingevoerde en bloc wijziging geen stand houdt. Zij heeft Achmea geboden om meldingen van asbestschades en aansprakelijkheden die onder de verzekering worden gedaan en meldingen van omstandigheden van de wijziging waaruit aanspraken voor asbestschades kunnen voortvloeien en van asbestschades en aanspraken die hun oorzaak vinden voor  de wijzigingsdatum in behandeling te nemen en dekking niet van de hand te wijzen op de enkele grond dat deze meldingen niet tijdig zouden zijn gedaan. De Stichting c.s. krijgen daarmee voor een groot deel gelijk, maar zien toch aanleiding beroep in te stellen. De Rechtbank (b)lijkt de polisvoorwaarden van categorie B, net als categorie A, uit te leggen als een (in de tijd beperkte) claims made bepaling. Volgens de Stichting c.s. dient Achmea in categorie B echter (ook) dekking te verlenen voor aanspraken die worden gemeld na afloop van de verzekering, wanneer deze aanspraken hun oorzaak vinden in een evenement dat heeft plaatsgevonden gedurende de looptijd van de verzekering, een zogeheten act committed dekking. Het Hof stelt vast dat, nu niet blijkt van onderhandelingen over de inhoud van de polisvoorwaarden, voor de uitleg daarvan bij objectieve factoren aan moet worden geknoopt. Het staat een verzekeraar voorts vrij om in polisvoorwaarden de grenzen te omschrijven waarbinnen hij bereid is dekking te verlenen en binnen een samenhangend feitencomplex slechts aan bepaalde feiten of omstandigheden (rechts)gevolgen te verbinden en aan andere niet. Het Hof overweegt dat de strekking van verzekeringsvoorwaarden voor de verzekeringnemers duidelijk en kenbaar moet zijn. In de omschrijving in de polis van categorie B is geen beperking opgenomen, een dergelijke beperking leidt het Hof evenmin af uit de context van het gehele artikel. Nu in de bepaling met betrekking tot categorie A duidelijk en kenbaar is vermeld dat een beperking in de tijd geldt, merkt het Hof die bepaling aan als een claims made bepaling. Door het gemaakte onderscheid in categorieën en (juist) het ontbreken van (een soortgelijke) beperking, merkt het Hof categorie B aan als een act committed beding. In zoverre slaagt de ingestelde grief, waarna het Hof het vonnis van de Rechtbank onder correctie met betrekking tot de aard van de dekking bekrachtigt.

Mr. Robert Lonis - juni 2018