Connect with OKKERSE on Linkedin

In een recent arrest van de Hoge Raad stond de vraag centraal of een vennootschap verplicht is een onderwerp ter (informele) stemming op te nemen in de agenda voor de algemene vergadering, ook als dat onderwerp een aangelegenheid is van het bestuur.  Voordat ik het antwoord op deze rechtsvraag zal verklappen, zal ik de onderliggende zaak en het juridisch kader schetsen.

Wat was er aan de hand?
Boskalis is aandeelhouder van Fugro. Boskalis heeft bezwaar tegen een door Fugro ingestelde beschermingsconstructie. De moedermaatschappij van Boskalis heeft Fugro verzocht over te gaan tot ontmanteling van de betreffende beschermingsconstructie, hetgeen Fugro heeft geweigerd. Boskalis heeft Fugro vervolgens verzocht om een agendapunt met toelichting ter stemming op te nemen in de agenda van de algemene vergadering. Het agendapunt betrof een aanbeveling aan het bestuur en de raad van commissarissen om al hetgeen te doen wat nodig is om te komen tot ontmanteling/beëindiging van de betreffende beschermingsconstructie. Fugro is niet bereid het door Boskalis voorgedragen agendapunt ter stemming op te nemen in de agenda van de algemene vergadering. Wel is Fugro bereid het onderwerp ter bespreking te agenderen en de door Boskalis geformuleerde toelichting in de agenda op te nemen. Boskalis neemt hiermee geen genoegen en stapt naar de rechter.

Juridisch kader
De regels omtrent het bijeenroepen van de algemene vergadering van aandeelhouders zijn wettelijk vastgelegd. Zo is in artikel 2:109 BW bepaald dat het bestuur en de raad van commissarissen bevoegd zijn tot het bijeenroepen van een algemene vergadering. Wettelijk, en wel in artikel 2:114 lid 1, aanhef en onder a, BW, is vastgesteld dat bij de oproeping de te behandelen onderwerpen worden vermeld. Uit de bevoegdheid van het bestuur en de raad van commissarissen tot bijeenroeping volgt de bevoegdheid van deze organen tot vaststelling van de agenda en dus tot vaststelling van de te behandelen onderwerpen.
Van belang is dat artikel 2:114a BW hierop een uitzondering maakt in die zin dat indien door één of meer aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste drie procent van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, een onderwerp wordt aangedragen waarvan de behandeling tijdig schriftelijk is verzocht, dit onderwerp wordt opgenomen in de oproeping. Dit wordt ook wel het agenderingsrecht van de aandeelhouders genoemd.

In dit geval betreft het voorgedragen onderwerp een aangelegenheid van het bestuur waarover het bestuur niet verplicht was de algemene vergadering te consulteren. Boskalis en Fugro zijn het er over eens dat dit onderwerp niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoort maar daar wel besproken kan worden.

Wie betaalt bepaalt?
Het geschilpunt is de vraag of Boskalis Fugro kan dwingen het bespreken van het onderwerp op de vergadering af te ronden met een (informele) stemming over het onderwerp.

Zowel de rechtbank als het hof wijzen de vordering van Boskalis af. Ook bij de Hoge Raad vangt Boskalis bot. Een verplichting tot het agenderen van een stemming over een onderwerp dat niet tot de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering behoort, is volgens de Hoge Raad niet te lezen in de wet. Ook als die stemming geen rechtsgevolg heeft en wordt betiteld als een informele stemming, een aanbeveling, een motie of een peiling, is van een dergelijke verplichting geen sprake, aldus de Hoge Raad.

Twijfelt u of een agendapunt verplicht ter stemming moet worden opgenomen in de agenda voor de algemene vergadering, neem dan contact op met ons kantoor. Wij beantwoorden uw vragen graag.

mr. Elsa Bruggink,  juni 2018