Connect with OKKERSE on Linkedin

Na het overlijden van de directeur van een vennootschap besluit de echtgenote om de aandelen van een dochtervennootschap te verkopen. ICT dienstverlener DEG koopt de aandelen, waarbij betaling in termijnen wordt overeengekomen. In de koopovereenkomst bepalen partijen dat koper voor de verschuldigde termijnen onvoorwaardelijke bankgaranties stelt. Indien zich schade in de zin van de overeenkomst voordoet, verplicht de notaris zich om niet betwiste bedragen over te maken. Ingeval van betwisting reserveert hij dat bedrag, een geschillencommissie zal over de bestemming van het betwiste bedrag oordelen. De eerste termijn bedraagt € 300.000,‐, de tweede € 50.000,‐ in maandelijkse bedragen van € 2.000,‐. Voor de 3 en 4 termijn, ieder groot € 87.500,‐, stelt DEG tijdig een bankgarantie. Bij notariële akte levert de vrouw de aandelen aan DEG. Vervolgens laat DEG na de maandelijkse termijnbedragen te voldoen, evenmin stort DEG conform overeenkomst de 3 en 4 termijn op de kwaliteitsrekening van de notaris. DEG stelt schade te leiden en beroept zich op opschorting. De vrouw verzoekt de notaris om, conform overeenkomst, de bankgaranties in te roepen. DEG legt conservatoir beslag, zowel onder de notaris als de bank, met betrekking tot termijn drie en vier. De notaris stelt dat hij niet kan beoordelen wie gelijk heeft, dat dient een rechter volgens hem vast te stellen. De bankgaranties roept hij niet in. De vrouw stelt de notaris aansprakelijk. Nadat DEG failleert spreekt de vrouw de notaris in rechte aan.

De Rechtbank oordeelt dat er sprake is van onvoorwaardelijke bankgaranties met een abstract karakter. Kern van het geschil tussen partijen ziet op de term verzuim in verband met de bankgarantie. Ziet dit slechts op de betalingsverplichting of dient daarbij, zoals de notaris stelt, het beroep op opschorting te worden betrokken? De Rechtbank overweegt dat de notaris van partijen opdracht heeft gekregen (en aanvaard) om zijn derdenrekening ter beschikking te stellen voor de ontvangst van gelden. Indien partijen verschillend verklaren omtrent schade, dient de notaris het betwiste bedrag te reserveren, totdat de geschillencommissie daarover een oordeel geeft. De opdracht aan de notaris hield in dat bij niet tijdige betaling van een termijn hij de bankgarantie zou inroepen. Of de notaris aan de bank mededeling van verzuim kon doen, hangt af van de tekst van de bankgarantie én de verstrekte opdracht. Uit de tussen partijen gevoerde correspondentie vloeit voort dat er een geschil bestond over de betalingsverplichting. De aan de notaris opgedragen bewaarfunctie zou zinledig zijn indien ingeval van een geschil niet op hem de verplichting zou rusten om de bankgarantie in te roepen. De rol van de notaris is beperkt tot de bewaarfunctie, alleen de geschillencommissie is bevoegd om bij betwisting de omvang van de betalingsverplichting te beoordelen. Door na te laten de bankgaranties tijdig in te roepen/te herroepen schiet de notaris toerekenbaar tekort in de nakoming van de aan hem gegeven opdracht. Argumenten ter zake rechtsverwerking, schadebeperkingsverplichting en eigen schuld aan de zijde van de vrouw verwerpt de Rechtbank. Na een civiele rechtsgang (niet‐ontvankelijk), tegenwerking door DEG en uiteindelijk de beoordeling door de geschillencommissie – met als eindoordeel dat DEG € 381.587,‐ aan de vrouw dient te betalen – komt de aansprakelijk gestelde notaris een beroep daarop niet toe. De schade begroot de Rechtbank op 2x € 87.500,‐ aan niet ingeroepen bankgaranties en buitengerechtelijke kosten gelijk aan twee punten van het liquidatietarief (rapport Voor‐werk II). Dat de notaris er voor koos de kwestie niet (tijdig) bij zijn aansprakelijkheidsverzekeraar aan te melden blijft voor zijn eigen risico.

Mr. Robert Lonis