Connect with OKKERSE on Linkedin

Misbruik van faillissementsrecht door bestuurders van een vennootschap


Het doen van een eigen aangifte tot faillietverklaring is voor bestuurders vaak een moeilijke en pijnlijke beslissing. De van nature veelal positief en ondernemend ingestelde bestuurder moet dan immers onder ogen zien dat de vennootschap waarin hij lief en leed heeft gestopt, geen bestaansrecht meer heeft. Toch zijn er –helaas– ook bestuurders die de mogelijkheid om zelf het faillissement van de vennootschap aan te vragen zien als een goedkope manier om van een duurovereenkomst, zoals bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst, af te komen. In faillissement gelden immers andere regels. Zo zijn in faillissement de reguliere ontslagregels niet integraal van toepassing. Het verbod om een arbeidsongeschikte werknemer te mogen ontslaan, geldt in faillissement niet. Een curator kan daardoor toch een einde maken aan een arbeidsrelatie met een arbeidsongeschikte werknemer. Een arbeidsongeschikte werknemer die op deze manier werd ontslagen, nam daarmee geen genoegen en stapte naar de rechter.
 
Wat was er aan de hand?
De betreffende werknemer heeft vanaf 1988 als spuiter/bedrijfsleider voor vennootschap X gewerkt. Begin 2014 heeft het bestuur van vennootschap X zowel voor de werknemer als voor de enige andere werknemer in het bedrijf een ontslagvergunning bij het UWV aangevraagd. Het UWV heeft geoordeeld dat er een bedrijfseconomische noodzaak was voor ontslag. Echter doordat de werkgever geen berekening aan de hand van het afspiegelingsbeginsel heeft overgelegd, heeft het UWV niet kunnen vaststellen of de betreffende werknemer terecht voor ontslag is voorgedragen. Het UWV heeft de gevraagde ontslagvergunning geweigerd. Het UWV heeft overigens ook de gevraagde ontslagvergunning voor de andere werknemer geweigerd. De arbeidsovereenkomst van de werknemer duurde daardoor voort.

In juni 2014 heeft de werknemer zich ziek gemeld. Omdat de werknemer niet zijn volledige salaris ontving, heeft hij in kort geding betaling daarvan gevorderd. Op dezelfde dag waarop de loonvordering van de werknemer werd toegewezen, werd de vennootschap op eigen aanvraag in staat van faillissement verklaard. Dat faillissement werd ruim een jaar later opgeheven bij gebrek aan baten. De werknemer bleef aldus met lege handen achter.

De werknemer heeft het daar niet bij laten zitten. Hij heeft onder andere de (middellijk) bestuurders in privé aangesproken. De werknemer heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat zij misbruik hebben gemaakt van het recht om het faillissement van vennootschap X aan te vragen, omdat het faillissement is aangevraagd met het enkele, althans hoofdzakelijke doel om (de arbeidsongeschikte) werknemer te lozen en de activiteiten van vennootschap X op de oude voet te kunnen voortzetten in een andere vennootschap. Het doel, dan wel hoofdzakelijke doel, is geweest om via het faillissement de ontslagregels te omzeilen. De werknemer heeft gesteld dat hij door de handelswijze van de bestuurders schade heeft geleden, bestaande uit (onder andere) zijn inkomensverlies.

Wat heeft de rechter geoordeeld?
Hoewel de werknemer in eerste instantie bot ving, werden de bestuurders door het gerechtshof wel veroordeeld tot betaling aan de werknemer. Het gerechtshof heeft in zijn arrest inzichtelijk gemaakt dat er sprake kan zijn van misbruik van faillissementsrecht indien de failliet de betalingsonmacht heeft gearrangeerd/georkestreerd. Ook heeft het gerechtshof een aantal indicatoren genoemd die erop kunnen wijzen dat sprake is van misbruik van faillissementsrecht. Die indicatoren zijn:

a. de onderneming vraagt haar eigen faillissement aan;

b. de financiële noodzaak – indien aanwezig – vloeit (onder meer) voort uit een overschot aan personeel;

c. de aanvraag van het faillissement vindt plaats kort nadat ontslagvergunningen of collectief ontslag zijn geweigerd of kort na het intrekken van ontbindingsverzoeken;

d. op het moment van de faillietverklaring ligt reeds een uitgebreid plan voor doorstart klaar;

e. de bedrijfsactiviteiten van de onderneming worden voortgezet in een andere rechtspersoon of personenvennootschap door de bestuurders of verwante rechtspersonen of er zijn op andere wijze nauwe banden tussen de verkrijger en de vervreemder;

f. de verkrijger wil de onderneming alleen in afgeslankte vorm overnemen.

Bij de beoordeling van de vraag of de indicatoren aanwezig zijn, dient te worden uitgegaan van de zogenaamde ruime leer: ook als de financiële situatie aanleiding geeft tot aangifte van het faillissement kan er sprake zijn van misbruik van bevoegdheid.

Het gerechtshof komt na weging van de feiten en omstandigheden tot het oordeel dat de bestuurders de resultaten van vennootschap X in substantiële mate negatief hebben beïnvloed. Bovendien, zo heeft het gerechtshof geoordeeld, hebben alle vermelde indicatoren zich in het onderhavige geval voorgedaan. Het gerechtshof heeft het aannemelijk geacht dat het verlies van arbeidsrechtelijke bescherming door het faillissement van vennootschap X het uitsluitende of hoofdzakelijke doel is geweest van de faillissementsaanvraag van vennootschap X. Van deze handelswijze kunnen de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. Het gerechtshof heeft de bestuurders dan ook veroordeeld tot vergoeding van de schade die de werknemer hierdoor heeft geleden.

Twijfelt u of er sprake is van faillissementsfraude? Neem dan contact op met ons kantoor. Wij beantwoorden uw vragen graag.

mr. Elsa Bruggink, september 2018