Connect with OKKERSE on Linkedin

Hof oordeelt: Nederlandse consument niet misleid door volgens concurrent (te) rooskleurig voorgestelde prestaties stofzuiger


Dyson produceert huishoudelijke apparaten, waaronder zakloze stofzuigers. Miele brengt sinds enkele jaren ook zakloze stofzuigers op de markt, waaronder de Blizzard CX1. Beide partijen opereren wereldwijd. Miele claimt dat deze stofzuiger unieke prestaties levert, onder meer door relatief nieuw ontwikkelde gescheiden opvangbakken voor fijnstof en grofvuil. IBR laboratories is een erkend en gerenommeerd onderzoeksinstituut, onder andere op het gebied van filterprestaties van stofzuigers. Miele  verzocht aan IBR om de Blizzard CX1 te testen, hetgeen ook heeft plaatsgevonden. IBR stelde vast dat het opvangreservoir van de Blizzard CX1 hygiënisch kan worden geleegd, zonder dat (fijn)stof noemenswaardig opdwarrelt en mengt met de omgevingslucht. Ook geeft IBR Miele toestemming om het logo van IBR te gebruiken, met daarbij de tekst “Certified clean emptying Miele Blizzard CX1 dust separation system allows certified hygienic dust bin emptying”. Dyson trekt ten strijde, onder andere in Duitsland, Groot‐Brittannië en Ierland. In Duitsland acht men de melding misleidend, in Groot‐Brittannië en Ierland past Miele na bericht van de reclame‐code autoriteiten de claims aan. In Nederland wijst de Voorzieningenrechter diverse vorderingen gestoeld op het verwijt van misleidende handelspraktijken, misleidende mededelingen, ongeoorloofde reclame‐vergelijkingen en onrechtmatig handelen af. Dyson komt van die beslissing in hoger beroep.

Dyson verwijt Miele dat de handelspraktijken onrechtmatig zijn omdat zij ten onrechte de indruk wekt dat Miele over een keurmerk beschikt. Een dergelijk keurmerk bestaat niet. De test van IBR zou gebrekkig zijn. Het Hof oordeelt dat voorshands onvoldoende blijkt dat het hanteren van het begrip ‘gecertificeerd’ onder de gegeven omstandigheden misleidend is of een oneerlijke  handelspraktijk oplevert. Bij gebrek aan een algemeen vastgelegde norm, kan aan Miele in ieder geval niet worden tegengeworpen dat zij een test door IBR liet uitvoeren. Het Hof acht het voldoende aannemelijk dat die test betrekking had op de Blizzard CX1, vast staat IBR toestemming gaf om het IBR‐logo te gebruiken. De claim van Miele houdt in dat zij op het punt van hygiënisch legen beschikt over een door IBR afgegeven certificaat, waarbij het woord certificaat gebruikt wordt in de betekenis van ‘schriftelijke verklaring’. Dat de Nederlandse consument in het woord gecertificeerd een synoniem ziet van het woord keurmerk (als garantie voor een bepaalde officiële standaard) acht het Hof niet aannemelijk. De wijze waarop elders in Europa de materie is behandeld kan evenmin tot enige conclusie leiden met betrekking tot de wijze waarop de gemiddelde Nederlandse consument de  claim van Miele zal begrijpen. Volgens het Hof is ook de kritiek van Dyson op de testmethode van IBR niet relevant. Al zou die test gebreken vertonen, dan nog blijft overeind dat IBR, een gerenommeerd en erkend testinstituut, het systeem heeft getest en tot positieve conclusies is gekomen zodat de claim van Miele in zoverre niet ongegrond (en niet misleidend) is. Volgens Dyson suggereert Miele dat de opvangbak met grof vuil 100% vrij van fijnstof is, dat betwist Miele gemotiveerd. Het Hof oordeelt dat niet aannemelijk is gemaakt dat de gemiddelde Nederlandse consument de claim van Miele anders zal begrijpen, zodat ook op dit punt niet valt aan te nemen dat sprake is van onjuiste of misleidende reclame, noch van een misleidende handelspraktijk. Het Hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt Dyson in de kosten.

mr. Robert Lonis