Connect with OKKERSE on Linkedin

Vermogensbeheerder dient indringend te waarschuwen tegen het risico van interen op vermogen


SmartNewz 2018:25
Tussen een vermogensbeheerder en een klant loopt al geruime tijd een procedure. In (inmiddels) het vijfde tussenarrest is de vraag geformuleerd of de samenstelling van de portefeuille en het gevoerde beleggingsbeleid geschikt waren voor het realiseren van een cashflow van 4% per jaar voor het genereren van inkomen én vermogensbehoud. Een vermogen van ruim € 1.7 miljoen was in beheer gegeven. De rapportage van een eerste deskundige beantwoordt de gestelde vragen onvoldoende. Er wordt een tweede deskundige benoemd. Deze stelt dat vanwege grote fluctuaties de betreffende periode niet als regulier is aan te merken. Er werden twee opdrachten verstrekt: vermogensbehoud en realiseren van een direct (relatief hoog) inkomen. Afzonderlijke onderdelen van de portefeuille beoordeelt de deskundige als onvoldoende, mede in verband met de daarmee gemoeide risico’s en de gerealiseerde resultaten. Op de door het Hof gestelde vragen antwoordt de deskundige daarom deels ontkennend. De deskundige merkt voor het overige nog op dat kenbaar is gemaakt dat – om een hoger rendement te kunnen halen – er meer risico diende te worden gelopen. De vermogensbeheerder beroept zich op eigen schuld aan de zijde van de klant en stelt voorts dat ook de tweede deskundige de vragen niet (volledig) beantwoordde.

Het Hof oordeelt dat in het tweede deskundigenrapport op inzichtelijke en consistente wijze uiteen is gezet wat de werkwijze van de deskundige was en op welke gronden zijn bevindingen steunen. De deskundige beoordeelde aldus of de samenstelling van de beleggingsportefeuille naar de destijds bekende kennis en verwachtingen van de financiële markten geschikt was voor de door de klant aan de vermogensbeheerder verstrekte beleggingsopdracht. Het Hof neemt de conclusie van de deskundige dat dit ten dele onvoldoende was over. Dit betekent dat de samenstelling van de portefeuille en het gevoerde beleggingsbeleid ten dele niet overeenkomstig de door de klant aan de vermogensbeheerder verstrekte opdracht was en dat de vermogensbeheerder in zoverre toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de overeenkomst. De vermogensbeheerder is aansprakelijk voor de als gevolg daarvan door de klant geleden schade. Het Hof kan die schade zelf begroten, een verwijzing naar de schadestaatprocedure is niet nodig. Het Hof begroot de schade op € 190.000,‐. Het beroep op eigen schuld passeert het Hof.

Hoewel de klant zelf had kunnen berekenen dat er meer werd onttrokken dan het overeengekomen doelinkomen heeft het Hof niet vast kunnen stellen dat er ooit indringend is gewaarschuwd voor het risico van het interen op het eigen vermogen. Dat mag wel worden verwacht in het geval van een vermogensbeheerrelatie. Deze omstandigheid vormt om die reden geen aanleiding om de schadevergoedingsplicht van de vermogensbeheerder te verminderen. Omdat aannemelijk is dat enige kosten zijn gemaakt ter voldoening buiten rechte wijst het Hof een bedrag van € 2.500,‐ aan buitengerechtelijke kosten toe. De vermogensbeheerder veroordeelt het Hof in de kosten van de procedure. Het Hof vernietigt dan ook het vonnis waarvan beroep.

Robert Lonis, Okkerse & Schop Advocaten