Connect with OKKERSE on Linkedin

Een man informeert bij de gemeente Oldenzaal, aan de publieksbalie, omtrent het exploiteren van een café in een winkelpand. Ondubbelzinnig en expliciet geeft men hem aan dat hij op die locatie een café mag exploiteren met een sluitingstijd van 03.00 uur. De man huurt vervolgens het winkelpand. Hij pleegt investeringen aan het pand en vraagt een vergunning op basis van de Drank en Horecawet aan. Aan de verleende vergunning zijn, zo blijkt uit aantekeningen daarop, geen beperkingen of voorschriften verbonden. Wel schrijft de gemeente in het begeleidend schrijven dat de vergunning niet impliceert dat de man ook daadwerkelijk met zijn horecaactiviteiten kan beginnen, ook aan bestemmingsplanvoorschriften en milieu‐ en brandveiligheidsvoorschriften moet worden voldaan. Verder verleent de gemeente een vergunning op basis van de wet op de Kansspelen. De man mag twee speelautomaten plaatsen. Na klachten voert de gemeente een inspectie uit. De bevindingen deelt men bij brief mee. Naast enkele technische aanmerkingen, deelt de gemeente de man mee dat op grond van het bestemmingsplan slechts lichte horeca is toegestaan en wel tot 22.00 uur. De man tekent bezwaar aan, partijen gaan in overleg maar komen er niet uit. Inmiddels sluit hij het café, dat is zo niet levensvatbaar. De man start een procedure en stelt dat de gemeente onrechtmatig jegens hem handelt. Hij vordert € 70.000,‐ schadevergoeding. De gemeente voert verweer en stelt dat onvoldoende is gesteld om onrechtmatig handelen en causaal verband ten aanzien van de gestelde schade aan te kunnen nemen.

De Rechtbank oordeelt dat de stelling van de man dat zijn café tot 3 uur open mocht zijn niet is betwist en dus vaststaat. Het hangt van de omstandigheden van het geval af of een onjuiste inlichting of onjuist verstrekte informatie als onrechtmatige daad kwalificeert. Het gaat er om of de man in de gegeven omstandigheden er redelijkerwijze op mocht vertrouwen dat hem volledige en juiste inlichtingen met een bepaalde inhoud zijn gegeven. De stelling dat “ondubbelzinnig en expliciet” is medegedeeld dat de sluitingstijd 3 uur was, is voldoende om tot de conclusie te komen dat de verstrekte informatie onrechtmatig handelen in zich bergt. De gemeente Oldenzaal betwist dit niet gemotiveerd. De Rechtbank komt tot het oordeel – mede gelet op een geluidsfragment waarbij een wethouder het foutieve van de informatie erkent – dat de gemeente onrechtmatig handelde. Omdat de vordering zich richt op de onjuiste mededeling, gaat het verweer van de gemeente niet op dat de man zelf onderzoek had moeten doen in verband met de hem verstrekte DHW‐vergunning, al kan daar betekenis aan toekomen bij de beoordeling van de (hoogte van de) schade. De Rechtbank begrijpt dat de man stelt dat het café niet levensvatbaar was omdat het niet tot 3 uur open mocht zijn. De diverse geclaimde schadebedragen, € 37.000,‐ wegens misgelopen inkomsten, € 25.000,‐ wegens imagoschade en vervolgschade en € 8.000,‐ wegens lange wachttijd, onderbouwt hij echter volstrekt onvoldoende om tot toewijzing te kunnen komen. Het is aan eiser om bij dagvaarding te stellen waar zijn schade uit bestaat en waarom en hoe deze het gevolg is van het onrechtmatig handelen van de gedaagde. Zo overlegt de man bijvoorbeeld geen boekhoudkundige informatie waarmee causaal verband kan worden aangetoond, ook niet nadat hij daarop was gewezen en bij repliek op had kunnen reageren. Voor het overige ontbreekt enige onderbouwing. De rechtbank concludeert dat, hoewel de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld en het voorstelbaar is dat investeringen zijn gedaan die hij wellicht niet had gedaan indien de man wist dat de toegestane sluitingstijd 22.00 uur was, aan hem in deze procedure geen schadevergoeding kan worden toegekend. Daarvoor stelde hij onvoldoende en volgt afwijzing van de vorderingen.

Robert Lonis, oktober 2017