Connect with OKKERSE on Linkedin

Een Duits stel huurt een aanhangwagen om aangeschafte tegels mee te vervoeren. De bestuurder verliest de macht over het stuur en raakt de vangrail. Zowel aanhangwagen als auto raken beschadigd. Het stel schakelt een Duitse expert in, die gebreken constateert aan een van de banden. Twee jaren later beroept de Duitse man zich op een gebrek. Na verstek en zuivering wijst de kantonrechter de gevorderde schade af. In appel komen nieuwe verweren op, daarop mag worden gereageerd. Tussenarrest.

Een Duitse man koopt, samen met zijn levenspartner, bij een Nederlandse vennootschap tegels en grind. Ook huurt men een dubbelassige aanhangwagen om het gekochte te vervoeren. In de huurovereenkomst sluit de verhuurder aansprakelijkheid uit voor schade die ontstaat in de periode dat de huurder het gehuurde object in gebruik heeft. Ook bevat de huurovereenkomst enkele veiligheidstips, waaronder de tip: “Rijd niet sneller dan 80 km per uur”. De aanhangwagen wordt gekoppeld aan het voertuig en na het laden van de tegels, voor de eerste rit, rijdt het koppel weg. Kort daarna komt het voertuig op de N281 (een in Nederland gelegen weg) in aanraking met de vangrail aan de rechterzijde van de weg. Het betreft een eenzijdig ongeval. De dag na het ongeval onderzoekt een Duitse expert, op verzoek van de levenspartner, de aanhangwagen. Deze stelt vast dat een van de banden een te lage spanning (1.4 bar) had en ook vervormd was en scheuren van meer dan 1 mm diep had. Deze omstandigheden, in samenhang met belading en een snelheid van 80 km/h leidden tot eigen stuurgedrag (onder en overstuur) van de aanhangwagen en zijn bijgevolg de oorzaak van rij-instabiliteit welke uiteindelijk tot de botsing leidt. Na het onderzoek, wanneer is echter niet exact bekend, wordt de aanhangwagen opgetakeld en geretourneerd.

In eerste aanleg vordert de Duitse man schadevergoeding tot een bedrag van € 23.039,19, onder andere vanwege schade aan zijn auto. Hij stelt dat het ongeval is te wijten aan de te lage bandenspanning en dat aan de aanhangwagen een gebrek kleefde in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW, de verhuurder behoorde dat gebrek te kennen en is gehouden om de schade te vergoeden. De verhuurder mag zich niet beroepen op een uitsluiting van aansprakelijkheid ex artikel 7:209 BW. Bij verstek wijst de kantonrechter het gevorderde toe, waarna de verhuurder in verzet komt. Meerdere verweren leiden tot vernietiging van het vonnis waarvan verzet, een vordering in reconventie – schadevergoeding wegens het niet in goede staat retourneren van de aanhangwagen – wordt ten dele toegewezen. De Duitse man komt in hoger beroep met 13 grieven. De verhuurder werp bij memorie van antwoord op dat het voertuig geen eigendom van de Duitse man (als eisende partij) is, maar van diens levenspartner. Hij lijdt daarom zelf geen schade. Daarnaast voert de verhuurder als verweer op dat het ongeval plaatsvond op de dag van de verhuur zelf en dat de ingeschakelde Duitse expert de dag daarop de aanhangwagen onderzocht. Een gebrek zou alsdan direct moeten zijn ontdekt, pas in het najaar van 2015 is echter geklaagd over dat gebrek bij de verhuurder. Door aldus te handelen is niet binnen bekwame tijd geklaagd en kan op enig gebrek geen beroep worden gedaan ex artikel 6:89 BW. De verhuurder stelt als gevolg van het tijdsverloop tussen de verhuur van de aanhangwagen en de melding van het gebrek te zijn geschaad in haar bewijspositie en dat de mogelijkheid om verweer te voeren belemmerd is. Het Hof oordeelt dat deze verweren, die in eerste aanleg niet werden gevoerd, nieuw zijn en dat de Duitse man gelegenheid krijgt om daarop bij akte te reageren. In reconventie verwerpt het Hof dat de Grief tegen de vaststelling van de kantonrechter van de (dag)waarde van de aanhangwagen op € 250,- zou zijn te stellen. Het object was bruikbaar als aanhanger en niet van belang is of deze boekhoudkundig was afgeschreven. Voor het overige houdt het Hof iedere beslissing aan.

Mr. Robert Lonis - juni 2018