Connect with OKKERSE on Linkedin

Hof oordeelt handelen budgetcoach grensoverschrijdend en maatschappelijk onbetamelijk en daarmee onrechtmatig.

Een vrouw benadert een budgetcoach om haar op financieel vlak te begeleiden. Na eerdere gesprekken vindt op enig moment een bespreking plaats in het huis van de vrouw. Zij wordt daarbij emotioneel. De man troost haar. Uit zijn nadien afgelegde verklaringen volgt dat de vrouw daarbij bij hem op schoot zat, haar hoofd tegen zijn schouder legde en hij een arm om haar middel had geslagen. Na het gesprek vindt Sms‐verkeer plaats, de vrouw zet de samenwerking stop. De man bericht dat hetgeen is voorgevallen niet goed was en vraagt om ‘het probleem onder ons te houden’. Kort daarop stelt de vrouw de budgetcoach aansprakelijk wegens onzedelijk betasten en aanranding. Zij vordert € 1.100,‐ aan smartengeld en enkele bedragen wegens kosten van juridische bijstand en andere kosten. Er volgt een voorlopig getuigenverhoor. De officier van justitie seponeert de zaak wegens gebrek aan bewijs, waarop een artikel 12 Strafvordering procedure volgt. Het Hof wijst het beklag van de vrouw af omdat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is van aanranding in strafrechtelijke zin om vervolging te bevelen. De vrouw
vordert bij de kantonrechter vergoeding van de gestelde schade (inmiddels in totaal € 1.623,‐ & PM), de budgetcoach vordert in reconventie schade wegens aantasting van zijn goede naam.

In rechte (eerste aanleg) oordeelt de kantonrechter dat niet vast staat dat sprake is geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag van de budgetcoach. In het oordeel betrekt de kantonrechter voorts de vraag of – fysiek contact tussen partijen staat namelijk wel vast – er misbruik is geweest van het in de budgetcoach gestelde vertrouwen, dan wel van grensoverschrijdend gedrag en daarmee onrechtmatig handelen. Tot uitgangspunt dient wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Of van overschrijdend gedrag dan wel misbruik sprake was, kan naar het oordeel van de kantonrechter in het midden blijven omdat niet voldoende vast staat dat tussen het handelen en de gestelde schade voldoende causaal verband bestaat. De kantonrechter wijst zowel in conventie als in reconventie de vorderingen af. In hoger beroep oordeelt het Hof alleen partijen uit eigen wetenschap kunnen verklaren over het voorval. Hun lezingen lopen uiteen. De budgetcoach erkent (beschikking Hof artikel 12 procedure) dat er contact is geweest dat niet past binnen de zakelijke relatie, maar betwist dat er feitelijkheden plaatsvonden die in strafrechtelijke zin als aanranding kunnen worden geduid. Het Hof oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat zich exact heeft afgespeeld, maar uit de Sms‐berichten vloeit voort dat door de vrouw het voorval als diepgaander werd ervaren dan louter troosten. Het Hof deelt het standpunt van de vrouw dat dergelijk handelen als grensoverschrijdend en maatschappelijk onbetamelijk en daarmee als onrechtmatig moet worden bestempeld. Ook als het voorval beperkt bleef tot hetgeen de budgetcoach verklaarde, overschreed hij de grens van het zakelijk contact waartoe een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zich had moeten beperken. Dat geldt temeer nu de vrouw in een geëmotioneerde toestand verkeerde en het daarmee bij uitstek aan hem was om de grenzen van het contact te bewaren. Het Hof oordeelt dat, nu de vrouw het voorval als een inbreuk op haar persoon ervaart, enige vergoeding van immateriële schade gepast is. Het hof kent de vrouw € 250,‐ aan immateriële schade toe alsmede kosten (griffiegeld, taxe getuige en advocaatkosten).

mr. Robert Lonis