Connect with OKKERSE on Linkedin

Niet handelen gemeente bij kenbare inbreuk op eigendom grond leidt tot oordeel eigen schuld en

verkrijgende verjaring


In 1984 koopt een echtpaar een woning met een achtertuin. Achter de woning ligt een stuk grond dat in eigendom toebehoort aan de gemeente. Het echtpaar neemt een deel van die grond in gebruik. Zij gaan aan de slag met de beplanting en plaatsen een hek, dit om te voorkomen dat de kippen en honden kunnen ontsnappen uit de tuin en om te voorkomen dat de (dan nog) kleine kinderen in de nabij gelegen vijver belanden. Ook plaatst het echtpaar een speelhuisje, dat later wordt vervangen door een tuinhuisje. Het aldus in gebruik genomen stuk grond is ongeveer 61 vierkante meter groot. Sindsdien is de gemeente niet meer op dat stuk grond geweest en pleegt daar dus ook geen onderhoud aan. Wel pleegt de gemeente onderhoud aan naastgelegen stukken grasland en groen. In het najaar van 2014 voert de gemeente beleid in om versnipperd groen te verkopen aan gebruikers. Het echtpaar ontvangt een aanbod om het door hen in gebruik genomen stuk grond te kopen tegen betaling, met enige andere voorwaarden, van € 75,‐ per vierkante meter. Na initieel akkoord onder voorbehoud stelt het echtpaar zich op het standpunt eigenaar te zijn geworden door inbezitneming en verkrijgende verjaring. De gemeente deelt dat standpunt niet.

In rechte vordert de gemeente te verklaren voor recht dat het perceel toebehoort aan de gemeente, met nevenvorderingen onder dwangsom om de grond te ontruimen. Het echtpaar vordert in reconventie te verklaren voor recht dat zij eigenaars zijn geworden, met als nevenvordering een vonnis te wijzen dat kan worden ingeschreven in het kadaster. De gemeente vordert subsidiair, indien de vordering van het echtpaar voor toewijzing vatbaar blijkt, te verklaren voor recht dat door de inbezitneming te kwader trouw en onrechtmatig door het echtpaar is gehandeld. De Rechtbank stelt dat de kern van het geschil de vraag betreft wie nu eigenaar van de grond is. De Rechtbank betrekt hanteert de objectieve maatstaf die voortvloeit uit wet en jurisprudentie. Bezit dient ondubbel-zinnig en openbaar te zijn, op grond waarvan de eigenaar tegen wie verjaring loopt, daaruit niet anders kan afleiden dat dat de bezitter pretendeert eigenaar te zijn (HR 15 januari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0826). Vereist is dat de machtsuitoefening zodanig is dat naar verkeersopvatting het bezit van de oorspronkelijke eigenaar teniet wordt gedaan (vgl. HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2743). Op de (algemene) verweren van de gemeente , verklaart het echtpaar – na overleg van fotomateriaal – nader over het ononderbroken gebruik en bezit van het stuk grond.

De Rechtbank oordeelt dat de situatie kennelijk al jaren hetzelfde is, waarbij de grond is ingericht met pretentie van eigendom gelet op gebruik, hekwerk en het voor derden niet toegankelijk zijn daarvan. Het gebruik door het echtpaar was kenbaar, maar vormde voor de gemeente blijkbaar geen reden om in te grijpen. Het oordeel luidt dat de (verkrijgende) verjaring is voltooid omdat het echtpaar gedurende twintig jaar onafgebroken het bezit van de grond heeft gehad. Over de onrechtmatige daad oordeelt de Rechtbank dat het echtpaar te kwader trouw handelde, daarmee toerekenbaar inbreuk pleegde op het eigendomsrecht van de gemeente en in beginsel schadeplichtig is. Artikel 6:103 BW bepaalt dat schadevergoeding wordt voldaan in geld, tenzij de rechter een andere vorm toekent. Het beroep van de gemeente op de Rechtspraak (HR 24 februari 2017 ECLI:NL:HR:2017:309) waarbij terug levering in geval van kwader trouw werd toegewezen passeert de Rechtbank. In het onderhavige geval wist de gemeente immers dat inbreuk werd gemaakt, maar liet zij na op te treden. Als gevolg van eigen schuld stuit toewijzing van de vordering tot schadevergoeding in de vorm van teruggave af. Een  schadevergoeding in geld is niet gevorderd, zodat de Rechtbank daartoe ook geen ruimte heeft. De Rechtbank verklaart wel voor recht dat het echtpaar jegens de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, maar kent geen schadevergoeding toe. Verder wijst de Rechtbank de vorderingen van het echtpaar toe en veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding.

mr. Robert Lonis