Connect with OKKERSE on Linkedin

Evaluatie In Congres 2017

14-08-2017

Begin juni vond de vierde editie van het IN Congres plaats. Wij blikken terug op een geslaagde editie, lees de uitgebreide dag samenvatting op www.stratech.nl/nl . Uit de deelnemer evaluatie blijkt dat de deelnemers het congres ook ervaren hebben als een geslaagde en inspirerende dag. 

Evaluatie onder de deelnemers

Na afloop zijn de deelnemers uitgenodigd in een online enquête hun ervaringen te delen. Ook zij kijken terug op een geslaagde dag. De deelnemers waarderen het congres gemiddeld met een 7,9. Bekijk hieronder de resultaten. 


Over het IN Congres 2017

Als kennispartner van de sociaal financiële markt organiseerde Stratech dit jaar de vierde editie van het IN Congres. Dit kennisevent is gericht op bewindvoerders, budgetbeheerders, schuldhulpverleners, kredietverstrekkers en Wsnp bewindvoerders. Belangrijke aspecten van het congres zijn: INformatief, INzicht, IN gesprek en IN opleiding. Meer over het congres op www.incongres.nl

IN Congres Update Service

Wilt u op de hoogte worden gehouden van het IN Congres? Schrijf u dan nu in voor de IN Congres Update Service en blijf geïnformeerd!


Gemeente niet aansprakelijk voor schade als gevolg van een door derden verplaatst dranghek

09-08-2017
Een meisje rijdt op haar bromfiets tegen een – naar het zich laat aanzien door uitgaanspubliek – op de weg geplaatst dranghek. Zij komt ten val, loopt letsel op en kleding en brommer raken beschadigd. In verband met evenementen rondom dodenherdenking en de viering van Bevrijdingsdag zijn de dranghekken in bundels (en gebonden met kettingslot) in opdracht van de gemeente Wageningen door een ingeschakeld bedrijf klaargezet. De vader van het meisje stelt de gemeente aansprakelijk. Op de voet van artikel 1019w Rechtsvordering verzoekt men te bepalen dat de gemeente aansprakelijk is voor de schade en voor de proceskosten van € 5.424,50. De grondslag is onrechtmatige daad. Het is onzorgvuldig om langs de weg, in de buurt van studentensociëteiten dranghekken klaar te zetten, wetende dat in de avond en nacht feest wordt gevierd. Dan is voorzienbaar dat derden uit baldadigheid de dranghekken op straat (kunnen) plaatsen, aldus verzoekster, aldus is een gevaarlijke situatie laten ontstaan en in stand gelaten. De gemeente verweert zich en betwist dat de bundels dranghekken niet met ketting en slot waren afgesloten, dit omdat al eerder klaargezette dranghekken waren gestolen. Maar ook als de dranghekken niet op die wijze waren vastgeklonken is er geen sprake van tot aansprakelijke leidend onzorgvuldig handelen.

De Rechtbank overweegt dat een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt onrechtmatig is. Of en in hoeverre bepaalde veiligheidsmaatregelen dienen te worden genomen, kan alleen in het licht van de omstandigheden van het geval worden beoordeeld. Daarbij dient niet alleen te worden gelet op de mate van waarschijnlijkheid waarmee niet‐inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat uit die situatie ongevallen kunnen ontstaan en de mogelijk ernst daarvan, maar ook op het bezwaarlijk zijn van te nemen veiligheidsmaatregelen. De Rechtbank overweegt dat niet reeds de enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag inherent gevaar gedrag onrechtmatig doet zijn. Gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden (NJ 1996/403 ). Op zichzelf was voorzienbaar dat op een uitgaansavond in de buurt van twee studentensociëteiten dranghekken versleept zouden worden. Het gaat volgens de Rechtbank echter te ver om aan te nemen dat aan dit gedrag het inherente gevaar was verbonden dat een verkeersdeelnemer tegen een dranghek zou aanrijden dat door uitgaanspubliek op de weg was gezet. Het scenario zoals zich dat heeft ontvouwen was voor de gemeente – aldus de Rechtbank – te buitenissig om redelijkerwijs te kunnen voorzien. De mate van waarschijnlijkheid van de schade (voortvloeiend uit enig handelen van de gemeente) is naar het oordeel van de Rechtbank niet zo groot dat de  gemeente zich naar maatstaven van zorgvuldigheid ervan had moeten onthouden om de dranghekken onbewaakt en niet vastgezet klaar te laten zetten. Bij die stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld. Volgt afwijzing van het verzoek.

Robert Lonis, augustus 2017


Voortvarend optreden van de bank vereist ter voorkoming van schade en aansprakelijkheid wegens schenden zorgplicht

07-08-2017
Een man registreert een eenmanszaak onder de naam Ups (Consultancy) en opent een zakelijke rekening bij ING. Aangegeven is dat daarop geen grote bedragen zullen binnenkomen. Korte tijd later ontvangt Foot Locker intern een verzoek tot wijziging van het rekeningnummer van UPS waarop Foot Locker de rekeningen van UPS voldeed. In een tijdspanne van enkele weken betaalt Foot Locker vervolgens in totaal € 1.926.581,02 op de rekening van Ups. ING signaleert daarop diverse contante opnames en aanmerkelijke overboekingen naar buitenlandse rekeningen. Na enkele interne alerts volgt een melding bij de FIU vanwege verdachte transacties, deze passen niet in het klantbeeld van een coaching bureau. ING blokkeert de rekening echter niet. Nader onderzoek leidt tot vragen aan de rekeninghouder. Deze reageert – vertraagd – met de mededeling dat hij agent is van Foot Locker en commissie ontvangt. Na een fraudemelding door Foot Locker blokkeert ING alsnog de rekening. Foot Locker doet voorts aangifte van oplichting, verduistering en witwassen hetgeen leidt tot veroordeling van de man tot betaling van ruim € 1.8 miljoen aan Foot Locker. Ook stelt Foot Locker ING aansprakelijk voor de door haar geleden schade, wegens schending van de zorgplicht. Volgens Foot Locker had ING al bij de eerste alert de rekening moeten blokkeren toen duidelijk was dat er sprake was van ongebruikelijke transacties. Foot Locker vordert – met verwijzing naar het Safe Haven arrest (NJ 2006/286 ) haar schade onder het verwijt dat ING niet heeft ingegrepen, hoewel ING op grond de eigen algemene voorwaarden opdrachten kan weigeren in geval van onregelmatigheden.

De Rechtbank overweegt dat ING de vereisten van WFT en WwFT voldoende in acht nam. De maatschappelijke functie van de bank brengt een bijzondere zorgplicht met zich voor derden met wier belangen de bank rekening behoort te houden in het maatschappelijke verkeer. Als zij zich bewust is/moest zijn van gevaar of risico’s, mag zij niet stil blijven zitten. Voor het kunnen aannemen van zorgplichtschending, en daarmee aansprakelijkheid, is vereist dat (medewerkers van de bank) subjectieve wetenschap ten aanzien van ongebruikelijk verloop van transacties op de rekening van een frauderende rekeninghouder hebben. Ook moet de bank op de hoogte zijn van potentiele risico’s van derden. De bank stelt dat die wetenschap ontbrak en dat zij slechts ongebruikelijke transacties opmerkte. De Rechtbank volgt dat standpunt deels; na drie alerts en melding bij de FIU kan echter worden afgeleid dat ING beschikte over meer informatie. Die informatie was voor ING kennelijk aanleiding tot twijfel over de toelaatbaarheid van de activiteiten op de rekening van Ups. Subjectieve wetenschap neemt de Rechtbank in ieder geval aan nadat de ING vast stelde dat een mismatch in het klantbeeld en de transacties bestond. Het enkel verzenden van een verzoek om informatie is volgens de Rechtbank onvoldoende voortvarend. Voor (de medewerkers van) ING moest duidelijk zijn dat – in geval van fraude – de schade voor de benadeelden snel zou oplopen. Nu de bank naliet om meer voortvarend op te treden schond zij de op haar rustende zorgplicht en is de bank aansprakelijk voor de daardoor geleden schade. De (algemene) omvang van het dagelijks betalingsverkeer en vele meldingen van ongebruikelijke transacties vormt geen aanleiding om de handelwijze van ING anders te beoordelen. De belangen van een door fraude benadeelde zijn groot. Het instellen van voortvarender onderzoek door ING stelt geen onaanvaardbare eisen aan de bank. ING verweert zich nog met een beroep op eigen schuld. Foot Locker had kennelijk niet een procedure tot verificatie van verzoeken tot wijziging van betaalrekeningnummers. Evenmin controleerde men rekeningnummers bij betaling van grotere bedragen. Dit zijn omstandigheden die ex artikel 6:101 BW aan Foot Locker kunnen worden tegengeworpen. Van een groot internationaal opererend bedrijf mag worden verwacht dat zij adequate interne procedures hanteert ter voorkoming van fraude. Toerekening van 50% eigen schuld acht de Rechtbank billijk.

Mr Robert Lonis, augustus 2017


Vanaf 1 juli 2017 geen last meer van lange betaaltermijnen?

31-07-2017
Vanaf 1 juli 2017 is de maximale betaaltermijn tussen grote bedrijven en het Midden en Kleinbedrijf/ zelfstandig ondernemers gesteld op maximaal 60 dagen.

Sinds 16 maart 2013 is in Nederland de Europese Richtlijn ‘late betalingen’ van kracht. Op grond van deze Europese richtlijn moeten bij handelstransacties (transacties tussen bedrijven en of overheden onderling) alle facturen binnen 30 dagen na ontvangst worden betaald, tenzij in de overeenkomst tussen partijen anders werd afgesproken. Een betalingstermijn van 60 dagen is daarbij toegestaan. Een betalingstermijn van langer dan 60 dagen mocht alleen worden afgesproken indien beide partijen hier uitdrukkelijk mee instemmen én deze langere betalingstermijn niet ‘kennelijk onbillijk’ is voor de schuldeiser.

Deze laatste route leidde vaak tot problemen. In handelsrelaties is een kleinere onderneming vaak erg afhankelijk van de grote onderneming. De kleinere onderneming voelt zich daarom eerder gedwongen om met de langere overeengekomen betalingstermijn in te stemmen, terwijl dit zwaar op de liquiditeit van de kleinere onderneming drukt.

Per 1 juli 2017 is de nieuwe wet “Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen” in werking getreden.
Wat betekent deze nieuwe wet voor de handelspraktijk met grote ondernemingen?

Wordt er een langere betalingstermijn dan 60 dagen overeengekomen, dan is dit nietig en wordt van rechtswege de termijn op 30 dagen gesteld. De schuldeiser kan vanaf het verstrijken van de betalingstermijn de wettelijke handelsrente in rekening brengen.

Wordt er geen betalingstermijn overeengekomen, dan wordt van rechtswege de betalingstermijn gesteld op 30 dagen. Vanaf het verstrijken van de betalingstermijn kan de schuldeiser de wettelijke handelsrente in rekening brengen.

Wordt er een overeenkomst gesloten met de overheid, dan bedraagt de betalingstermijn 30 dagen. Heeft de overheid  betalingsachterstanden, dan mag de wettelijke handelsrente in rekening worden gebracht vanaf het verstrijken van de betalingstermijn.

De hierboven genoemde kleine onderneming en bedrijf wordt gedefinieerd als een MKB bedrijf indien de netto jaaromzet maximaal €40 miljoen bedraagt, er maximaal 250 werknemers in dienst zijn en er maximaal €20 miljoen aan activa waarde in het bedrijf aanwezig is. 

Mr. Yvette Heruer, juli 2017


Terugvorderingen persoonsgebonden budget

06-07-2017
Het persoonsgebonden budget (pgb) is een geldbedrag waarmee iemand zorg, begeleiding of hulp kan inkopen. Het gebeurt vaak dat de personen die in aanmerking komen voor pgb, zogenaamde budgethouders,  het pgb feitelijk laten beheren door een zorgorganisatie. De doorgaans kwetsbare budgethouder is echter in beginsel zelf verantwoordelijk voor de besteding van het pgb.
Een eventuele terugvordering van het pgb dient dan ook door de budgethouder te worden voldaan. Indien de zorgorganisatie een fout heeft gemaakt of zelfs bewust fraude heeft gepleegd dan kan dit de budgethouder in grote (financiële) problemen brengen.

Vanaf december 2015 is er een kentering gekomen als gevolg van de brief van staatssecretaris Van Rijn In genoemde brief heeft Van Rijn de Kamer heeft ingelicht dat wanneer de budgethouder te goeder trouw is en er sprake is van een zorgverlener die fraude heeft gepleegd, het zorgkantoor de vordering op de zorgverlener van de budgethouder over kan nemen. Hoewel dit een oplossing lijkt te zijn voor de hiervoor gemelde problematiek, blijkt dat in veel gevallen nog niet zo te zijn. Gevallen die dateren van voor  december 2015 vallen niet onder genoemde regeling. Daarnaast is het niet zo eenvoudig om vast te laten stellen dat er fraude is gepleegd. Niet iedere melding wordt opgepakt en/of vervolgd, onder andere vanwege capaciteitsproblemen bij het Openbaar Ministerie. 

Voor gevallen die buiten de regeling vallen geldt het primaire uitgangspunt dat de budgethouder verantwoordelijk is voor de besteding van het pgb. De budgethouder kan de schade die het gevolg is van het handelen van de zorgorganisatie wel in een civiele procedure trachten te verhalen op de zorgorganisatie zelf.

Mr. Sanne Kleerebezem - juni 2017


Wangedrag uitkeringsgerechtigde; opschorting uitkering en dienstverlening conform protocol, onrechtmatig handelen Gemeente niet aangenomen

06-07-2017

De gemeente Rotterdam hanteert een protocol bij de uitvoering van dienstverlening voor het Cluster Werk & Inkomen teneinde wangedrag en agressie professioneel te kunnen aanpakken. Mevrouw X ontvangt van de gemeente een bijstandsuitkering. Samen met andere bijstandsgerechtigden woont mevrouw X een groepsbijeenkomst bij in het kader van de Participatiewet. Tijdens die bijeenkomst, waarvan geluidsopnamen voorhanden zijn, ontstaat een discussie tussen mevrouw X en de klantmanager. De discussie, waarbij kennelijk enige stemverheffing optreedt, merkt de Gemeente aan als een incident dan wel een verstoring van de orde. Conform het protocol schrijft men mevrouw X aan, waarbij mevrouw X wordt uitgenodigd voor een gesprek. Doel van dat gesprek is onder andere garanties te verkrijgen van mevrouw X over de veiligheid en het welzijn van de medewerkers. De dienstverlening schort de gemeente op en wordt pas hervat nadat de verlangde garanties zijn gegeven. Mevrouw X komt op gesprek maar ondertekent niet de garantieverklaring. De Gemeente houdt voet bij stuk en houdt de dienstverlening opgeschort. Mevrouw X mag in dat verband panden van de Gemeente en samenwerkende diensten niet betreden. Ook correspondentie van de advocaat van mevrouw X brengt daarin geen wijziging. Mevrouw X vordert vervolgens een verklaring voor recht. De Gemeente handelt volgens haar onrechtmatig. Ook vordert mevrouw X € 35.000,‐ schadevergoeding, schriftelijke intrekking van beschuldigingen, hervatting van de dienstverlening en aanwijzing van een andere klantmanager.

De rechtbank overweegt dat het overheidshandelen in het kader van het algemene artikel 6:162 BW. Voor aansprakelijkheid moet er sprake zijn van een onrechtmatige daad, toerekenbaarheid van de daad aan de dader, schade, causaal verband tussen de daad en de schade en het relativiteitsvereiste. Volgens mevrouw X handelt de Gemeente op twee gronden onrechtmatig. Zij stelt dat van een bedreigende situatie geen sprake was en de orde niet werd verstoord. Ook stelt mevrouw X dat de mededeling dat zij dusdanig gewelddadig is zij panden van de Gemeente niet meer mocht betreden, haar in haar goede naam en haar in haar emotionele welzijn aantast. De Gemeente laat daarbij na om adequaat te reageren op brieven en klachten die namens/door haar zijn verzonden. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. De Gemeente verwijst naar het protocol. Onder ordeverstoring vallen onder andere incidenten, bijvoorbeeld lawaai maken, die de normale voortgang van werkzaamheden en bezigheden belemmeren. De Rechtbank oordeelt dat op grond van het protocol er sprake was van
orderverstoring en dat de Gemeente de dienstverlening mocht opschorten. Mevrouw X heeft zelf geweigerd om de gevraagde garanties omtrent veiligheid voor het personeel te ondertekenen. De Gemeente handelt dan ook niet onrechtmatig. Op het verwijt aan de Gemeente dat zij niet reageerde op correspondentie is aan (de raadsman van) mevrouw X gemeld dat opschorting van de dienstverlening geldt voor de gehele gemeentelijke dienst Werk & Inkomen, ook voor de afdeling Klachten. Het als gevolg daarvan later reageren door de Gemeente is ongelukkig, maar brengt nog niet met zich de Rechtbank tot het oordeel komt dat onrechtmatig is gehandeld. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden nodig, die met zich brengen dat dergelijk handelen aldus in strijdt is met de in acht te nemen zorgvuldigheid. Die omstandigheden zijn niet gesteld. De Rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt mevrouw X in de kosten van het geding.

Mr. Robert Lonis, juli 2017


Tekortschieten staat vast maar leidt in schadestaatprocedure niet tot toewijzing gevorderd schadebedrag

03-07-2017

AMC beschikt over een stuk grond, de wens is om daarop een Zorghotel te realiseren. Met Caransa sluit het AMC een samenwerkingsovereenkomst af om tot realisatie van dat hotel, voor rekening en risico van Caransa, te komen. Caransa omschrijft in berichtgeving aan de gemeente het te realiseren Zorghotel en is bekend met het bijbehorende programma van eisen. Nadat diverse (bestuursrechtelijke) obstakels zijn overwonnen, sluit Caransa met EHM een langlopende huurovereenkomst af alsmede een voorovereenkomst af. De huurovereenkomst ziet niet op een Zorghotel, maar feitelijk op de exploitatie van een regulier Hotel in het hogere zakelijke segment. De gemeente oordeelt, na diverse gesprekken, dat de (nader bekend geworden) plannen afwijken van een eerder verleende vrijstelling en bouwvergunning.  Deze zagen expliciet op een Zorghotel en niet op een commercieel vier sterren accommodatie. Caransa komt tot het oordeel dat – gelet op de weerstand binnen de gemeente – het onmogelijk zal zijn het ontwikkelde (geplande) hotel te realiseren en ontbindt de samenwerkingsovereenkomst met AMC. Het gebruik van het ontwikkelde hotel is niet voldoende vastgesteld. AMC is volgens Caransa in verzuim en aansprakelijk voor haar schade. In rechte, tot en met de Hoge Raad, wordt aansprakelijkheid van het AMC wegens tekortschieten in de nakoming van op het AMC rustende verbintenissen vastgesteld.

In deze schadestaatprocedure vordert Caransa een bedrag van bijna € 40 miljoen aan schade. Deze is begroot op de contante waarde van de huurovereenkomst met EHM, gederfde inkomsten verminderd met bespaarde kosten. Daarnaast vordert zij de redelijke kosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Als uitgangspunt neemt Caransa de vergelijking tussen de situatie waarin zij is komen te verkeren en de situatie waarin zij zou verkeren zonder tekortschieten van AMC. AMC stelt dat causaal verband ontbreekt omdat Caransa het hotel als omschreven in de samenwerkingsovereenkomst niet zou hebben gerealiseerd (gelet op de door Caransa uitgebrachte ontbindingsverklaring). Ook kan de huurovereenkomst met EHM niet als grondslag dienen voor schadevergoeding nu het door Caransa en EHM voorgestane hotel beduidend anders was van opzet dan het door AMC beoogde Zorghotel. De Rechtbank overweegt dat artikel 6:277 BW de grondslag voor schadevergoeding geeft na ontbinding en dat daaruit geen andere of verdergaande eisen voortvloeien dan als bedoeld in artikel 6:74 BW. Het verweer ten aanzien van de huurovereenkomst kan worden betrokken op zowel het schadebegrip als bedoeld in artikel 6:95 BW‐6:97 BW (vergelijking toestand met en zonder schade brengend feit) als op 6:98 BW (toerekeningsverband). De huurovereenkomst met EHM ziet op een ander hotel dan in de samenwerkingsovereenkomst met AMC is bedoeld en waarvoor de gemeente privaatrechtelijk en publiekrechtelijke medewerking had verleend. Ingevolge artikel 6:98 BW komt slechts die schade voor vergoeding in aanmerking die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, dat deze schade als een gevolg daarvan kan worden toegerekend. Objectieve factoren als aard van de aansprakelijkheid en van de schade worden daarbij beoordeeld. AMC hoefde er geen rekening mee te houden dat als gevolg van een eventuele tekortkoming aan haar zijde in een procedure bij de schadebegroting gebonden zou zijn aan een (gederfde) huurprijs voor een hotel dat niet als zorghotel kwalificeert. De aard van aansprakelijkheid betreft tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit de samenwerkingsovereenkomst. De aard van de schade betreft gederfd voordeel. Voor zover Caransa uitgaat van schade op grond van de huurovereenkomst, oordeelt de Rechtbank deze niet toewijsbaar. De Rechtbank oordeelt dat Caransa niet inzichtelijk heeft gemaakt in welke hypothetische situatie zij zou verkeren bij onberispelijke nakoming, evenmin blijkt van het bestaan van een doelstelling om de rendementen te halen die aan de schadebegroting ten grondslag liggen. De Rechtbank oordeelt dat Caransa geen schade heeft geleden omdat bij een Zorghotel de stichtingskosten hoger zouden zijn geweest dan de marktwaarde van het gebouw. Ook op grond van artikel 6:95‐6:97 BW is het gevorderde (of enig lager bedrag) niet toewijsbaar. Het pas 2015 aan AMC overleggen van de overeenkomsten met EHM acht de Rechtbank voorts in strijd met een goede procesorde nu deze zeer relevant waren voor AMC. De schadevordering alsmede de nevenvorderingen wijst de Rechtbank af.

Mr. Robert Lonis, juni 2017


Workshop Familiebedrijf anno 2017

09-06-2017

Denken in generaties, niet in kwartalen